Het verschil tussen de Nederlandse en de Duitse ADR opleiding.

In de ADR-wet staan onder andere eisen ten aanzien van de opleidingen zoals chauffeurs met gevaarlijke stoffen deze dienen te volgen. De wettelijke eisen zijn minimumeisen en worden op nationaal niveau (in Nederland in het VLG, in Duitsland in het GGVSEB) uitgewerkt. Zo is er een minimumeis aan het aantal aanwezigheidsuren bij de opleidingen, maar men mag vanzelfsprekend nationaal beslissen dat dit meer dient te zijn.

Er zijn als gevolg hiervan een (groot) aantal verschillen tussen onze Nederlandse en Duitse ADR opleidingen:

Wij maken optimaal gebruik van één Europa en doen deze drie opbouwmodules dan ook steevast in Nederland met een CBR examen. Dit heeft als gevolg dat wij Duitse/buitenlandse certificaten wanneer men een opbouw module wil volgen eerst moeten laten omzetten door het CBR naar een Nederlands certificaat.

In Nederland is het toegestaan, bij de gratie van het CBR, om ADR Basiskandidaten en ADR Verlengingskandidaten in één keer, in één groep te onderwijzen. In Duitsland is dit streng verboden. In Nederland is de maximale groepsgrootte op 25 kandidaten gesteld, in Duitsland is dit beperkt op 20.

Positief voor de Nederlandse aanpak is dat de cursist de ADR-cursus gedeeltelijk via e-learning in eigen tijd kan volgen. Dit is in Duitsland (nog) niet het geval. Een ander verschil is dat de Nederlandse ADR-opleidingen, voor meer uren, meetellen voor de nascholingspunten. In Nederland kan men voor de initiële cursus met aanvullende modules nog (maximaal) 3 dagen nascholingspunten krijgen, in Duitsland is dit beperkt tot 1 dag.

Volgt men echter aanvullend de opbouwmodule tank, kan er weer 1 dag nascholing worden bijgeschreven. Bij de herhalingscursus zijn deze verschillen ook aanwezig; kan men in Nederland (maximaal) 2 dagen nascholing krijgen, is dit in Duitsland beperkt tot 1. Uiteraard heeft de wijze van examinering invloed op de inhoud en de uitvoering van de cursus. Binnen het ADR (8.2.2.4) zijn er minimale normen voor het aantal contacturen, dat wil zeggen het aantal uren dat men daadwerkelijk op de cursus aanwezig moet zijn. In ADR 8.2.1.6 is de wederzijdse erkenning geregeld tussen de landen die het ADR-verdrag hebben ondertekend.

Op zowel de Duitse- als de Nederlandse opleiding is SOOB subsidie te verkrijgen, wanneer de chauffeur in de transport CAO zit. Kortom, er zijn verschillen in de invulling van de ADR cursussen tussen alle landen die het ADR verdrag hebben ondertekend, echter alle landen zullen aan de minimum randvoorwaarden moeten voldoen.